Waarom de meeste dashboards falen

Het probleem met de meeste dashboards? Ze worden gebouwd door mensen die van data houden, voor mensen die van data houden. Maar de gebruiker is vaak iemand die snel een antwoord nodig heeft. Niet iemand die graag door 15 pagina’s grafieken bladert.

Een goed dashboard beantwoordt vragen. Een slecht dashboard roept ze op.

Principe 1: Begin bij de beslissing

Voordat je een enkele visual plaatst, stel jezelf de vraag: welke beslissing moet de gebruiker nemen op basis van dit dashboard?

  • Goed: “De sales manager moet weten welke regio achterblijft”
  • Slecht: “We laten alle verkoopdata zien”

Als je niet kunt benoemen welke actie het dashboard triggert, is het dashboard waarschijnlijk overbodig.

Principe 2: Maximaal 7 visuals per pagina

Cognitieve overload is de vijand van goede beslissingen. Onderzoek toont dat mensen maximaal 5-9 items tegelijk kunnen verwerken (Miller’s Law).

Praktisch betekent dit:

  • Maximaal 5-7 visuals per dashboardpagina
  • Eén KPI-rij bovenaan met de belangrijkste cijfers
  • Eén primaire visual die de hoofdvraag beantwoordt
  • Ondersteunende visuals die context geven

Principe 3: Gebruik de F-pattern

Gebruikers scannen een pagina in een F-patroon: eerst horizontaal bovenaan, dan verticaal langs de linkerkant, met af en toe een horizontale scan.

Plaats daarom:

  • Belangrijkste KPI’s linksboven
  • Filters bovenaan
  • Detail-visuals rechtsonder
  • Actiepunten rechts of onderaan

Principe 4: Kleur met bedoeling

Kleur is een krachtig communicatiemiddel, maar alleen als je het bewust inzet:

  • Groen/rood alleen voor goed/slecht (niet voor categorieën)
  • Blauw als neutrale kleur voor data die geen oordeel nodig heeft
  • Grijs voor context en achtergrond
  • Maximaal 3 kleuren in een visual

Vermijd regenboog-kleurschema’s. Ze zien er “leuk” uit maar communiceren niets.

Principe 5: Vertel het verhaal in de titel

Elke visual verdient een beschrijvende titel die het inzicht verwoordt, niet de data:

  • Goed: “Omzet daalt 12% t.o.v. vorig kwartaal”
  • Slecht: “Omzet per maand”

Een goede titel maakt de visual bijna overbodig. De gebruiker begrijpt het verhaal voor ze de grafiek bekijken.

Principe 6: Interactiviteit als navigatie

Power BI’s interactiviteit (cross-filtering, drill-down) is krachtig, maar kan ook verwarrend zijn als het niet doordacht is.

Richtlijnen:

  • Gebruik drill-through voor detail, niet meer visuals op dezelfde pagina
  • Maak een navigatiemenu voor dashboards met meerdere pagina’s
  • Zet tooltips in voor extra context zonder schermruimte te gebruiken
  • Gebruik bookmarks voor voorgedefinieerde views

Principe 7: Mobile-first denken

Meer dan 40% van de dashboard-gebruikers bekijkt ze op een telefoon of tablet. Ontwerp daarom mobile-first:

  • Stapel visuals verticaal
  • Gebruik grotere fonts
  • Vermijd hover-afhankelijke interacties
  • Test altijd op een telefoon voor je oplevert

Bonus: de 5-seconden test

Als iemand je dashboard 5 seconden bekijkt, begrijpt die dan wat het zegt? Als het antwoord nee is, ga terug naar Principe 1.

Goede dashboards worden dagelijks geopend. Slechte dashboards worden een keer bekeken en dan vergeten. Het verschil zit niet in de data, maar in het design.